Energiesystemen

Kcal is niks anders dan een eenheid om energie mee aan te duiden. Kcal op zich zelf zijn dus niet goed of slecht. Het lichaam gebruikt de energie (kcal) in rust en bij inspanning en verwerkt deze in het lichaam. Maar hoe gaat het lichaam om met deze energie?

Daar heeft het lichaam verschillende energiesystemen voor. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het Aerobe systeem en het anaerobe systeem, aerobe wil zeggen dat er energie wordt vrijgemaakt met behulp van zuurstof en bij anaerobe systemen wordt er geen zuurstof gebruikt. De 4 grootste systemen waarbinnen ons lichaam werkt zijn;

  • Het aerobe systeem (Aerobe)
  • ATP systeem (Anaerobe)
  • ATP CP systeem (Anaerobe)
  • Melkzuur systeem/glycolyse (Anaerobe)

ATP staat voor adenosine trifosfaat en levert energie aan het lichaam. Adenosine TRI Fosfaat staat voor 3 fosfaten. Bij het splitsen van deze 3 fosfaten (adenosinetrifosfaat ATP) naar 2 fosfaten (adenosinedifosfaat ADP) en een losse fosfaat (P) komt energie vrij die wij gebruiken om inspanning te leveren. ATP is onze belangrijkste energie stofwisseling en hoe deze ATP wordt vrijgemaakt gebeurt bij ieder energiesysteem weer anders.

Het aerobe systeem maakt gebruik van zuurstof om ATP vrij te maken uit voeding (voornamelijk koolhydraten en vetten) en is een systeem dat heel erg lang energie kan afgeven. Bij het doen van duurinspanningen zoals joggen, hardlopen, fietsen, wandelen etc. wordt dit systeem dan ook ten volle benut. Het volledig laten oxideren van glucose (suiker) en vetten zorgt ervoor dat er over een lange periode langzaam energie afgegeven kan worden aan het lichaam waardoor dit soort duurinspanningen gedaan kunnen worden. Een belangrijk systeem dus.

Het ATP systeem werkt zonder zuurstof en is daarom een anaerobe systeem. Je lichaam heeft een kleine voorraad ATP opgeslagen in de cellen en kan deze voorraad gebruiken tijdens de eerste 4 seconden van een krachtige inspanning, daarna is deze voorraad op en schakelt het lichaam over naar een volgend systeem en dat is het ATP-CP systeem

Het ATP-CP systeem, CP staat voor Creatine fosfaat. Bij splitsen van ATP blijft er ADP en P over. ADP en P leveren op zich zelf geen energie en zal het lichaam weer moeten omvormen naar ATP om energie vrij te maken. Hier komt de Creatine-fosfaat om de hoek kijken. De creatine fosfaat bindt zich aan de andenosinedifosfaat (ADP) om er weer ATP van te maken zodat het lichaam deze weer kan gebruiken voor energie. Dit systeem werkt voor ongeveer 20 seconden van een krachtige inspanning, denk aan sprinten, gewichtheffen, hoogspringen etc. Door de suppletie van creatine kun je dit systeem dus optimaliseren waardoor je beter kunt presteren omdat je makkelijker, sneller en langer energie kan vrijmaken voor het lichaam.

Anaerobe glycolyse, de eerste 4 seconden gebruiken we de ATP voorraad in de cellen, na dit systeem schakelt het lichaam over naar het ATP-CP systeem waardoor je het lochaam zichzelf snel voorziet van energie door het toevoegen van creatine fosfaat aan ADP om ATP te maken. Maar wat gebeurt er na die 20 seconden? Dan ontstaat er vaak verzuring, deze verzuring (melk lactaat) is een “restproduct” van de anaerobe glycolyse. Glycogeen uit spieren wordt snel afgebroken zonder de bijkomst van zuurstof waardoor je lichaam de eerste 1 tot 3 minuten snel toegang heeft tot ATP. Door dat er geen zuurstof betrokken is bij dit proces wordt er snel melk lactaat aangemaakt waardoor je typische verzuring voelt wanneer je bijvoorbeeld een oefening 20 maal moet uitvoeren met veel gewicht. Restproduct voor melklactaat is eigenlijk niet het goede woord omdat dit lactaat weer terug omgezet kan worden naar glucose in de lever, dit proces heet de Cori-cyclus.

Er is nooit 1 energiesysteem in het lichaam tegelijk bezig, in feiten zijn ze allemaal tegelijk bezig maar de een meer dan de ander bij een bepaalde inspanning.

Binnen welk systeem jij traint en vooral wil trainen is weer afhankelijk van je doel. Systemen kunnen net als je spieren, getraind worden. Zo kun je meer creatine produceren binnen het ATP CP systeem voor een betere sprint hogere sprong of betere deadlift, je lactaat drempel (verzurings-drempel) verhogen binnen de anaerobe glycolyse zodat die laatste 5 reps of die extra drop-set ook nog gedaan kunnen worden en kun je het aerobe systeem trainen door de maximale zuurstofopname te vergrote zodat jij die halve marathon te baas bent.

Bij het continu trainen van eenzelfde energiesysteem ligt overtraining op de loer door mede ook een overbelasting van het zenuwstelsel. Dit is dus zeker niet verstandig en probeer binnen de energiesystemen te wisselen. Dit geldt voor zowel krachtsporters als duuratleten.

Heb je wel eens interval blokken gezien in jouw hardloop programma? Juist, dat is precies om die reden.

WhatsApp chat